27-10-06

Toeristen

Geweldige mensen die toeristen. Van die wereldverkennende wezentjes. Je ziet ze op de betere stadsparking in setjes van 50 stuks uit hun glanzende blikken verpakking wriemelen.
Het lijken wel knikkers. Der zijn bolloketten bij die alles en iedereen opzij rammen, mini’s waar je zo over kijkt, en veel, heel veel van die veelkleurige (noemden we die niet Stekkers?). Als het regent dragen ze massaal van die transparante regenjasjes die slechts in 1 maat verkrijgbaar zijn. De bolloketten-maat. Je herkent ze ook aan hun buikzak (ze zouden van die valse zwangere buiken moeten maken die je als berging kan gebruiken. Het zou niet zo lullig staan als een rugzak op je buik, of die lelijke buideltasjes-met-opgestikte-fluo-bandjes. Ruimtelijke Ordening voor de reizende medemens, er is nood aan). Je herkent ze ook aan de manier waarop ze elkaar terugvinden onder de paraplu van hun leider. Al zijn er natuurlijk de onverschrokken elementen (herinner je de wereldreiziger uit De Freggles) die zich alleen of in kleine roedels zich een weg banen door de stadsjungle.
Onverschrokken, ja. Elke deur of poort die open staat betekent een uitnodiging. En als je hen voorbijloopt durven de meest onverschrokkenen je zonder enig woord te wisselen een fototoestel in de handen te duwen… Ik moet er veel te eerlijk uitzien. Misschien zeg ik volgende keer gewoon “dank u”, en wandel verder – met fototoestel. Dan laat ik de foto’s afmaken en verzin er een reisverhaal bij. Het zou best origineel zijn, reisverhalen die weet-ik-veel-waar beginnen maar altijd in je thuisstad eindigen.
Maar toch… geweldige mensen die toeristen.

En oh ja, het is ook altijd leuk toeristen van de wanhopig-op-een-stadplannetje-kijkende-soort spontaan te vragen of ze iets zoeken… en dan de opluchting te zien bij hun vrouw.

Of zoals Peter Verhelst het zei.